‘Vroeger was ik een vaderskindje’

“Hun vaders waren na de oorlog niet meer dezelfde. Veteranenkinderen steunen elkaar”

Door Joost de Vries   VOLKSKRANT 25 juni 2011

‘Volgens mij heb jij bordeline, zeiden al mijn vriendjes’. Ciska de Weerd (21) is dochter van een vetaraan. Met haar zus Marijke (19) en Sharon Dulfer (18) begon zij Stichting Anjerkinderen, voor kinderen van vaders die aan een Nederlandse missie hebben deelgenomen. ‘Het gaat om de herkenning. De ontmoeting met lotgenoten, in een veilige omgeving buiten het ouderlijk huis’.

Ciska heeft geen bordeline. Ze is een dochter van een vader, die zes jaar geleden de diagnose posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) kreeg. Vader de Weerd is voor zijn dochters een held, maar kon ook een boeman zijn. Zijn gedrag komt terug in zijn kinderen: stemmingswisselingen, grenzen opzoeken, boos worden om niets. Vriendin Sharon heeft precies hetdezelfde. Sharons vader diende in 1981 zes maanden in Libanon. De vader van Ciska en Marijke werd uitgezonden in 1983. In Libanon woedde sinds 1975 een burgeroorlog. Nederland zond ruim 9.000 soldaten over een periode van zes jaar. Negen Nederlanders kwamen om.

Tijdens zijn uitzending werd De Weerd beschoten en gegijzeld. Hij zag hoe vrouwen aan hun haren uit hun huizen werden getrokken. Terug in Nederland kregen de soldaten de reactie: ‘Bruin geworden. Lekker op vakantie geweest?’ Nazorg was er niet. Vaders de Weerd en Dulfer hielden zich groot. Ruim twintig jaar later kwam de diagnose PTSS.
De drie vriendinnen groeiden op met de ervaringen van hun vaders, die vaak werden ontweken, maar altijd aanwezig waren, Ciska: ‘Onze vader had een doosje met foto’s die wij niet mochten zien. Ik wist precies waar ze lagen en heb toch gekeken.’
Een foto van een berg lijken. Een andere foto van een verbrand lichaam zonder benen. Marijke ze heeft nooit gezien: ‘Papa had het altijd over de tijd dat hij in donker Afrika met gorilla’s had gevochten. Een grap, maar ik snapte heel goed dat hij de oorlog bedoelde.’

Vader de Weerd kon zonder redden woedend worden: schreeuwen, stampvoeten, met deuren slaan. Marijke: ‘Hij bleef zichzelf herhalen, waardoor hij kwader en kwader werd.’ Sharon en haar moeder paste zich aan hem aan. ‘We waren altijd op onze hoede. Als hij thuiskwam peilden we eerst zijn stemming, en als de tv aanstond bepaalde hij het programma.’
Moeder Corine de Weerd, die jarenlang in de hulpverlening werkte, sleepte haar gezin erdoorheen. Vader de Weerd is sterk veranderd, zijn problemen zijn in het gezin bespreekbaar geworden.

Met vader Dulfer ging het na 2005 steeds slechter. ‘We waren altijd een front met zijn drieën’, zegt Sharon. ‘Maar na de diagnose veranderden de verhoudingen. Mijn vader vluchtte om ons te beschermen. We hebben weinig contact. Laatst belde hij me omdat ik geslaagd was. Het was alsof ik met een vreemde sprak. Dat begrijp ik nog steeds niet. Vroeger was ik een vaderskindje.’

De moeders van de vriendinnen ontmoetten elkaar in een praatgroep van partners van veteranen. Ciska en Marijke vroegen of er ook een groep voor kinderen was. Vervolgens zijn de Anjerkinderen geboren. Onder leiding van moeder Corine werden in 2009 een activiteitendag en een herfstkamp georganiseerd. Vorig jaar volgde een zomerkamp net twintig jongeren, gesponsord door het Vetarenenfonds.

De Anjerkinderen krijgen reacties van lotgenoten uit het hele land. Hoeveel precies, willen de vriendinnen niet zeggen. Het blijft een gevoelig onderwerp. ‘Je hangt je vuile was buiten. We hebben veel steun gekregen, maar ook een hoop shit.’

Het aantal Anjerkinderen in Nederland moet groot zijn. Sinds de Tweede Wereldoorlog deden Nederlandse militairen mee aan meer dan honderd internationale operaties. In 2009 werden in het kader van de nota veteranenzorg door het Ministerie van Defensie ook Anjerkinderen besproken. Moeder Corine: ‘In Een Vandaag deden wij toen de oproep aan de ministerie om daar invulling aan te geven. We wachten nog op een antwoord.’